Gisteren was oh zo fijn. Wij voetbalden tot het zweet op onze voorhoofden stond en lachten en luisterden naar de fijnste muziek op vol volume. Tot drie uur ‘s nachts lagen wij op de skatebaan, keken naar de sterren en stelden vragen over het bestaan en het niet-bestaan.
Uiteindelijk doet het er niets toe. Uiteindelijk is alles wat er toe doet, dat wij daar lagen en gelukkig waren.
(Nu pak ik mijn tas in, want morgen ga ik op zeilkamp, en hoewel ik niet kan en niet wil zeilen, wordt het heerlijk.)